Havertong, Gerda

Actrice, Zangeres, Theatermaker, Dagvoorzitter, Organisator.
Oprichter Stichting Wiesje.

  1. Gerda Havertong in “Mees Kees Op De Planken”:
    Opnames nieuwe film van start
  2. Havertong vertelt: www.gerdahavertong.nl/
  3. Stichting Wiesje: http://www.wiesje.nl/
  4. Het Leerorkest: www.leerorkest.nl/nl/gerda-havertong
    “Wat moet het toch heerlijk zijn om anderen en jezelf levenslang blij te kunnen maken met dat mooie spel”, Leerorkest (Muziek centrum Amsterdam Zd-Oost.
  5. Medewerking CD Sibibusi2007: http://helnagiproductions.wordpress.com/
  6. Theaterencyclopedie:
    http://wiki.theaterencyclopedie.nl/wiki/Gerda_Havertong

Stichting Wiesje

Is eind 1999 opgericht op initiatief van Gerda Havertong.
De stichting heeft tot doel om middelen bij elkaar te brengen, kennis over te dragen en voorzieningen te realiseren voor mensen met dementie in Suriname. De stichting draagt de voornaam van Gerda’s moeder, die in 1999 is overleden. Wiesje Havertong Nooitmeer werd in haar laatste levensjaren getroffen door dementie.

Vanuit deze persoonlijke ervaring heeft Gerda Havertong zich het lot van dementerende mensen en hun familie in Suriname aangetrokken en haar verdriet omgezet in positieve actie.
Stichting Wiesje (1999) zet zich in om middelen bij elkaar te brengen, kennis over te dragen en voorzieningen te realiseren voor mensen met dementie in Suriname.

In 2003 is een kennis centrum opgericht waar mensen informatie kunnen krijgen over wat dementie is en hoe hier mee om te gaan.

In 2005 is onze dagopvang geopend, waar dagelijks 15 mensen worden opgevangen voor begeleiding en sociale activiteiten.

STEUN STICHTING WIESJE!
Stort uw gift op bankrekening: NL55 INGB 0000 0020 37
t.n.v: Stichting Wiesje, Postbus 15762, Amsterdam, 1001 NG
Tel:036-8412558, info@wiesje.nl
Lees meer over Stichting Wiesje: http://www.wiesje.nl/

Gerda havertong 2016-06-13

Onderhuids racisme bestaat, verhuld en structureel
Interview Gerda Havertong (69)

Gerda Havertong20160613 Volkskrant interview.

Gerda Havertong20160613 Volkskrant interview.

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Dat onderzoekt Robert Vuijsje in een reeks interviews. Actrice Gerda Havertong (69): ‘Onderhuids racisme bestaat, verhuld en structureel.’ 13 juni 2016, 19:30: http://s.vk.nl/wfccf-a4319501

Elke avond om 20.30 het laatste nieuws en alvast zes artikelen uit de krant van morgen in uw mailbox? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Bij de acteercarrière van Gerda Havertong deden zich twee complicaties voor. ‘Overal kun je mijn naam noemen en men weet wie ik ben. Dat heeft me geholpen bij mijn strijd, bij de piketpaaltjes die ik wilde verplaatsen. Ik ben trots op mijn bijdrage aan Sesamstraat, het heeft me naamsbekendheid gegeven en allerlei deuren voor me geopend, maar ik word altijd gekoppeld aan het programma en aan die acteerstijl.’

De tweede complicatie: het aantal beschikbare rollen voor zwarte actrices. ‘Er wordt gezegd dat er meer rollen zijn voor oudere mensen. Nou, ik moet ze nog zien. Ik werk vooral als dagvoorzitter en presentator. Voor kinderen en voor ouderen.’

Welke van de twee was de grootste complicatie?

Gerda Havertong

Gerda Havertong (Suriname, 1946) werkt sinds 1986 bij Sesamstraat. ‘Ze bestonden toen tien jaar. Eerst dacht ik voor de redactie gevraagd te zijn. Ik studeerde af in de pedagogiek en schreef tijdens mijn studie een essay over Sesame Street. Dit jaar heb ik veel jubilea. Ik kwam vijftig jaar geleden aan in Nederland, doe dertig jaar Sesamstraat en aan het einde van het jaar word ik 70. Al die getallen bij elkaar maken 150, ze zouden me een geschenk mogen geven, ik ben Nederlands erfgoed.’

‘Ik denk de tweede. In Nederland wordt gedacht in termen van witte mensen. Dus het is een witte vrouw die die rol speelt. Ook als de rol niet is gebonden aan een kleur. Bij al die gezelschappen is men nog steeds niet in staat een hoofdrol aan te bieden aan een zwarte acteur. Het zijn meestal van die niemendalletjes die kleur moeten geven aan een productie. De rollen waarvan ik zeg: waarom bied je mij dit aan, vind je niet dat je me beledigt?’

Na vijftig jaar weet ze de datum nog. ‘Op 21 mei 1966 kwam ik aan in Nederland. In Vlissingen, na een bootreis van drie weken. Ik kende alleen de beelden van de ansichtkaarten: straten die steil omhoog liepen. Nederland bestond uit één lange straat die eindigde bij de Rijn en Lobith, dat was het beeld dat ik had. In Suriname kwamen alle boeken uit Nederland, met afbeeldingen van andere kinderen dan die ik kende.’

Had u al contact gehad met witte mensen?

‘In mijn opleiding had ik contact met witte docenten die uit Nederland waren gekomen. Zij waren medeverantwoordelijk voor mijn vorming, dat ging op een andere manier dan in mijn cultuur. Wij waren bijvoorbeeld gewend aan stemverheffing, die docenten verhieven hun stem niet.’

Het is een witte vrouw die die rol speelt. Ook als de rol niet is gebonden aan een kleur

Waarom wilde u hier naartoe?

‘In mijn hoofd was Nederland een bol van kennis en mogelijkheden. In het Suriname waar ik opgroeide, bestonden er drie beroepen: onderwijzeres, verpleegster en kantoorbediende. Acteren of zingen, dat deed je niet voor je beroep. Ik wist niet dat er zoiets als een conservatorium bestond, dat zag ik pas in Nederland. Ik wilde het onderwijs in en in Suriname kon je de hoofdakte niet halen. Die moest en zou ik hebben.’

Wat gebeurde er toen u naar Nederland kwam?

‘Vanuit de middenklasse in Suriname belandde ik in de chic van Den Haag, bij een domineesfamilie in huis. Als een van de weinige zwarte mensen die in die stad rondliepen. Nu heet dat een cultuurshock.’

Wat is er veranderd?

Nederlands
‘Altijd. De plek waar ik slaap, dat is mijn thuis.’

Surinaams
‘Ook altijd. Bij Nederlands moet ik nadenken over waarom ik dat zo voel. Bij Surinaams niet: dat is wat ik ben.’

Eten
‘Pom van mijn zusje. En authentiek bereide asperges.’

Partner
‘Mijn echtgenoot is Nederlander. Omdat mijn hart openging voor hem. Overigens, mijn overleden echtgenoot was een Surinamer.’

Mohammed-cartoons
‘Ik ben voor de creativiteit van iedereen, maar respect staat bij mij bovenaan. Ik zou een ander niet iets willen aandoen wat ik zelf niet wil ondergaan.’

‘Die vijftig jaar, het lijkt alsof het gisteren was dat ik hier kwam, maar de verandering is enorm. In Nederland is een wanorde ontstaan die we met z’n allen hebben aangericht. Zo’n overdosis aan arrogantie en disrespect dat je je afvraagt of het nog goedkomt. Wanneer je iets tot de grond kapotmaakt, wordt het moeilijker om het weer op te bouwen.

‘Het is altijd duidelijk geweest dat ik als zwarte vrouw meer mijn best moet doen. Dat werd niet duidelijk gemaakt in woorden, maar in daden. Je moet mee in de voorwaarden van dit land en die zijn wit. Wit is de norm, dat is zuiver – dat is hoe het hier werkt.

‘Onderhuids racisme bestaat, verhuld en structureel. We zijn zo druk met classificeren, elke keer weer een nieuw etiketje. Eerst waren we migranten, toen minderheden, daarna allochtonen en nu diversiteiten, geloof ik. Het enige waarnaar wordt gezocht is een arena voor het gevecht. Het elkaar de loef afsteken, daar zit een soort bravoure in die ik eng vind. Toch is mijn vertrouwen in Nederland en in ons niet verloren, ik blijf een onverbeterlijke optimist.’

Was u de eerste die op de Nederlandse televisie een aanmerking maakte op Zwarte Piet?

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Mede gebaseerd op deze serie verscheen onlangs zijn boek Kaaskoppen. Hij spreekt onder anderen nog met comedian Nabil Aoulad Ayad (Marokkaans) en rapper/schrijver Massih Hutak (Afghaans).

‘Als ik in de Sinterklaastijd over straat liep, riepen ze naar me: wil je even schoonmaken, Zwarte Piet? Op de markt vroegen ze: wat kan ik voor je doen, Piet? Mijn haar droeg ik in vlechten en ik zorgde dat ik geen kniebroek aan had, om de associatie met Piet te voorkomen.

‘Ik denk dat het in 1987 was. Het was pijnlijk, mijn dochter wilde niet naar school als Sinterklaas werd gevierd. Ze werd gepest en Zwarte Piet genoemd. Op 5 december, de dag van die rotzooi met de Zwarte Pieten, gingen we samen andere dingen doen, maar het begon al een week eerder met het schoentje zetten. Ik kon haar niet een week thuis houden, ik moest ook naar mijn werk.

‘In een gesprek met de leerkracht werd me duidelijk: dit wordt niets. Ik dacht: ik heb een podium en dat ga ik gebruiken. Bij Sesamstraat vertelde ik aan de toenmalige eindredacteur dat ik daarover wilde vertellen in het programma. Na die uitzending kreeg ik wel wat naar mijn hoofd geslingerd. Op straat begonnen mensen tegen me te schreeuwen en er kwamen brieven, maar het was niet zoals nu. Later begreep ik dat ze me lang niet alle brieven gaven, ik denk uit een soort plaatsvervangende schaamte.’

Advertenties